Meneer Rutte,

Ik volg met verbazing uw bezoek aan Suriname.

Eerst was er die oud-collega van u.

Desi Bouterse.

Die was zaterdag bij een demonstratie op het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo tegen het beleid van zijn opvolger Chan Santokhi.

U heeft veel overeenkomsten met Bouterse.

Allebei zijn jullie in 2010 aan het bewind gekomen.

Allebei hebben jullie de bevolking van jullie land meer slechts dan goeds gebracht.

 

 

Allebei zijn jullie door een rechtbank schuldig bevonden aan een ernstig misdrijf.

Je zou denken dat dat een band schept.

Ouwe maffiosi onder elkaar.

Toch zei Bouterse bij die demonstratie weinig diplomatiek: “Laat Rutte oprotten!”

Daarna was er die collega van uw vicepremier Kaag.

Ronnie Brunswijk.

Met deze vicepremier moet u toch ook een geestverwantschap voelen.

Sterker: u kunt misschien nog iets van hem leren.

Qua baantjescaroussel, bedoel ik.

Hij is nog schaamtelozer dan u.

 

 

Brunswijk zorgde als vicepremier van het kabinet Santokhi/Brunswijk dat zijn vrouw lid van de Raad van Bestuur werd en zijn broer president-commissaris van de Staatsolie Maatschappij Suriname. Verder zorgde hij dat zijn zoon Fulgence Javinde districtscommissaris van Paramaribo-Zuidwest werd en zijn dochter Fariyal Renfurm president-commissaris bij het Nationaal Vervoerbedrijf.

Toen hij daarop werd aangesproken, verzon hij geen leugens om zijn nepotisme goed te praten.

“Mijn familie mag wel meeëten”, zei hij.

En toen dit jaar herrie uitbrak omdat er bij de verdeling van grond in Sabaku Village opvallend veel percelen naar politici van de regeringspartijen gingen, zei hij: “Politici hebben ook huizen nodig”.

De les voor u: als je niet liegt, hoef je ook geen geheugenverlies te veinzen.

 

 

Enfin, de neef van onze ‘braboneger’ Steven Brunswijk moet ook al niets van u hebben.

“Wie is Rutte”, vroeg Ronnie Brunswijk provocerend.

Terwijl u nota bene midden in wat de grootste naoorlogse economische crisis in Nederland aan het worden is naar Suriname bent gegaan voor die lui!

Beetje babbelen.

Beetje de schuld op u ons nemen voor iets waar wij part noch deel aan hadden omdat we nog niet bestonden.

Beetje kijken hoeveel door Nederlandse werkenden opgebracht belastinggeld u tijdens een van uw volgende kabinetten die kant op kunt sluizen in de vorm van herstelbetalingen.

En dan laat u zich beledigen door zo’n plurk?

Een beetje kerel had zijn trip geannuleerd na de schoffering door zijn oud-collega of was met de eerste vlucht teruggevlogen na de provocatie van de zittende vicepremier.

 

 

Een vent met ballen had ‘m opgepakt, in een van Frits Huffnagel geleend setje boeien geslagen, in een kist gestopt en meegenomen naar Amsterdam om ‘m over te dragen aan onze minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yesilgöz.

“Keihard aanpakken dat tuig!”

Interpol zoekt ‘m namelijk.

Hij moet hier nog acht jaar de cel in wegens cocaïnesmokkel.

Ligt dat diplomatiek een beetje lastig?

Ach, dat soort gedoe is ook te voorkomen.

En nog makkelijk ook.

Je kunt als leider van een beschaafd land als Nederland namelijk ook níet naar zo’n bananenrepubliek gaan om zoete broodjes te bakken als je eigen huis in brand staat.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Dan snapt u het misschien een beetje.

Disclaimer Het ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door losse donaties via Bunq en maandelijkse donaties via Backme. Waarvoor mijn dank. En die van mevrouw Dijkgraaf.

(Nieuw, tijdelijk € 19,45!)