Mevrouw Kaag,

Wat goéééd!

Dat u in het hol van de leeuw, op het congres van D66, liet zien waar u voor staat.

Fatsoen!

“Er is een klimaat van agressie ontstaan jegens allen die werken voor de publieke zaak en dat accepteer ik niet”, zei u.

Uw missie om daaraan een eind te maken, onderschrijf ik volledig.

En u laat het op z’n Rotterdams niet alleen bij woorden, hè.

U bent meer van de daden.

Zo weet ik nog dat de directeur van het landelijk partijbureau van D66, die voor een karig salaris de publieke zaak diende, zich meldde met klachten over stalking, bedreiging en chantage door uw eigen campagneleider en voormalig D66-talentscout Frans van Drimmelen.

Waar andere politici in zo’n geval zouden proberen de kwestie af te schuiven naar het partijbestuur en de geheime bijlage van een onderzoeksrapport in de doofpot zouden proberen te stoppen, greep u onmiddellijk in.

 

 

U wilde geen stalkers, bedreigers en chanteurs in uw partij.

Toch?

“Het neemt als het gaat om vrouwen in mijn ogen bijna middeleeuwse vormen aan”, zei u ook nog.

Ook dat accepteert u inderdaad niet.

Zodra u hoorde dat een oud-D66-lid met borsten aangifte zou gaan doen tegen een oud-partijleider (en nog altijd erelid) van D66 omdat die haar verkracht zou hebben, riep u hem op het matje.

En toen u vernam dat hij samen met twee medewerkers zogenaamde bangalijsten (iets met cijfers voor bedprestaties) zou hebben bijgehouden van vrouwen waarmee zij seks hadden gehad, droeg u hem voor voor royement.

Toch?

Dat diezelfde oud-partijleider eerder overigens partijleider had kunnen blijven toen hij een D66-raadslid uit Meppel probeerde tot abortus te dwingen en intimideerde door haar een topadvocaat op haar dak te sturen, kwam ook alleen maar omdat u toen in het buitenland zat voor de Verenigde Naties en deze middeleeuwse toestand u was ontgaan.

Toch?

Ongelijkwaardige relaties waarbij mensen misbruik maken van hun status en functie zijn u trouwens niet alleen een doorn in het oog als het om vrouwelijke slachtoffers gaat.

We weten allemaal nog hoe u zich bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen openlijk verzette tegen een verkiesbare plek op de kandidatenlijst van D66 voor een advocaat van wie algemeen bekend was dat hij zijn ‘liberale standpunt’ graag in de mond duwde van enigszins labiele jonge mannen die nogal onder de indruk waren van zijn statuur.

Toch?

 

 

Het is ook goed dat u het op het congres opnam voor dieners van de publieke zaak die verbaal bedreigd worden.

U zei letterlijk: “Demonisering en ontmenselijking van de ander hebben gevolgen. Je hoeft  geen helderziende te zijn om te vrezen voor de gevolgen. Voor mensen die opeens de daad bij het woord voegen. En dan is het te laat.”

Er is lef voor nodig om zoiets op een partijcongres van D66 te zeggen, mevrouw Kaag.

Want u keek D66-fractievoorzitter Jan Paternotte recht in zijn smoel aan toen u hem voor een volle congreszaal kapittelde voor zijn opmerking dat Geert Wilders “de beste vriend van Vladimir Poetin” is – en de meest bedreigde politicus van Nederland daarmee ook nog tot target maakte van wraakzuchtige Oekraïeners.

Alsof die duizenden doodsbedreigingen door moslims nog niet erg genoeg zijn.

Toch?

 

 

Het enige wat me eigenlijk een beetje verbaasde was dat u toestond dat het D66-partijbestuur zich verzette tegen een motie om een breder extern onderzoek te laten verrichten naar de vraag hoe D66 wangedrag van D66-campagneleiders, D66-partijleiders, D66-Kamerleden en D66-fractievoorzitters voortaan kan voorkomen.

Gelukkig corrigeerden de leden dat door die motie wel aan te nemen, maar het geeft wel te denken over de bestuurscultuur binnen D66.

Toch?

Groet,

JanD

PS. Cadeau. Beschouw het maar als een zoenoffer uit Eesterga.

Dank voor jullie donaties!